Blaasontsteking is een aandoening van de binnenwand van de blaas. Deze is beschadigd en slijm, bloed en afgestoten cellen komen in de urine terecht. Blaasontsteking treedt op als een kat zijn urine herhaaldelijk te lang ophoudt en/ of als een (voor uw kat) verkeerd dieet wordt verstrekt. De urine wordt hierdoor minder zuur en sommige zouten kunnen uitkristalliseren. De kristallen klonteren samen (met slijm en dode cellen) zodat een zanderig gruis ontstaat (blaasgruis). Blaasontsteking bij de kat onstaat in 95% van de gevallen steriel, dus zonder bacteriën, en voor de behandeling zijn antibiotica dus niet nodig.
Soms vormt het gruis in de blaas een prop die de plasbuis kan verstoppen. Deze plasbuisverstopping treedt eigenlijk alleen bij de kater op (een zogenaamde ´plaskater´); de plasbuis van een poes is ruimer en kan zich gemakkelijk verwijden. Soms kunnen de kristallen ook echte blaasstenen gaan vormen.
Symptomen van blaasproblemen
Wanneer een kat (poes of kater) last heeft van een blaasgruis of -ontsteking, kunnen de volgende symptomen optreden:
- Vaker kleine beetjes plassen
- Naast de kattenbak plassen
- Langer dan normaal op de kattenbak zitten
- De urine ruikt anders dan normaal en ziet er anders uit
- Pijnuitingen (miauwen) tijdens het plassen
Een blaasontsteking is heel vervelend voor uw kat, maar het is geen spoedgeval.
Om de diagnose blaasontsteking (met of zonder gruis) te kunnen stellen, is een beetje urine nodig. Wanneer u dit ´s morgens voor 12.00 uur bij ons langsbrengt, kunt u ´s middags op het telefonisch spreekuur bellen voor de uitslag. Urine kan worden verzameld door een (afgewassen en afgedroogde!) lege kattenbak neer te zetten. Omdat sommige katten slecht in een lege bak willen plassen, kunt u een in stukken geknipte plastic zak of katkor kattenbak korrels (verkrijgbaar bij uw dierenarts) in de kattenbak doen i.p.v. het normale kattenbakgrit. Vanuit de kattenbak kan de urine met een spuitje opgezogen worden (bij de balie af te halen). Probeer zo vers mogelijke urine langs te brengen. Als u de urine even moet bewaren (omdat u het bijvoorbeeld ´s avonds heeft opgevangen), leg het dan in de koelkast.
Verstopping van de urinewegen
Wanneer uw kater vaak op de kattenbak gaat, veel zit te persen, en pijnuitingen geeft terwijl er (bijna) geen urine komt, is het mogelijk dat hij een urinewegverstopping heeft. Meestal is de kater voor die tijd onzindelijk geworden of steeds vaker op de kattenbak gegaan. Wanneer een kater langere tijd een urinewegverstopping heeft, kan braken optreden, de vacht wordt dof en men kan een harde, pijnlijke, sinaasappelgrote bal voelen in de buik: de overvulde blaas.
Patiënten met een urinewegverstopping moeten als een spoedgeval worden beschouwd. Dit betekent dat u ook buiten de normale spreekuurtijden een dierenarts moet raadplegen. Aangezien de blaasafvoergang verstopt is, kan het dier zijn afvalstoffen niet kwijt en er ontstaat al snel een niervergiftiging.
De behandeling van een urinewegverstopping zal bestaan uit het verwijderen van de prop in de urineleider zodat het dier weer kan plassen. Soms heeft de kat ook extra vocht nodig, of zal hij medicijnen krijgen. Afhankelijk van de ernst van de verstopping kan het nodig zijn de urinekatheter te laten zitten. De kat blijft dan in de kliniek opgenomen. Na één of meerdere dagen wordt de katheter verwijderd. Als de kat dan zelf weer kan plassen, mag hij naar huis.
Ook als het lukt de verstopping op te heffen, is niet alle gevaar geweken. We moeten dan proberen te voorkomen dat de problemen terugkomen. In de meeste gevallen zal uw kat een speciaal dieetvoer voorgeschreven krijgen. Deze voeders zijn alleen verkrijgbaar bij de dierenarts en verkleinen de kans op blaasontsteking en gruisvorming, onder andere door de urine te verzuren en ervoor te zorgen dat de kat meer gaat drinken. Het voer moet voldoende lang – meestal levenslang – worden verstrekt.
Operatie
Soms krijgt een kater, ondanks behandeling en een verandering van het voer, meerdere keren last van een verstopping, waardoor littekenweefsel de plasbuis vernauwt. Dan is in veel gevallen een operatie mogelijk. Hierbij wordt uw kater als het ware veranderd naar een poes (voor zover het de uitwendige kenmerken betreft!). Het geslachtsorgaan wordt verwijder, omdat zich hier het zeer nauwe gedeelte van de plasbuis bevindt. De veel wijdere urineleider, die dicht bij de blaas is gelegen, wordt (via een opening) aan de huid gehecht. Een zo geopereerde kater blijft de normale controle over de sluitspieren van de blaas houden, maar heeft vrijwel geen kans meer op een verstopping. Wel bestaat het risico dat hij gruis blijft vormen, dus het geven van dieetvoer blijft een aanrader.
Samengevat:
- Als uw kat vaker dan normaal op de bak gaat, controleer dan of hij inderdaad geplast heeft. Ook een afwijkende (rode) kleur van de urine is een reden om uw dierenarts te raadplegen.
- Urine opvangen kunt u doen door in plaats van kattenbakgrit, stukjes plastic of katkor in de (afgewassen en afgedroogde) kattenbak te doen.
- Veel persen, geen (of zeer weinig) urine en een harde bal in de buik wijst op een blaasverstopping. Dit is een spoedgeval, vandaag nog naar de dierenarts!
- De behandeling van een kat met blaasontsteking bestaat uit verschillende onderdelen: medicijnen, dieetvoeding, als de kater verstopt is een urinekatheter, en soms een operatie. Met een tijdige behandeling zijn de meeste patiënten goed te helpen.
Tips om een blaasproblemen te voorkomen:
- Zorg ervoor dat uw kat voldoende drinkt, hierdoor wordt de urine iets dunner (de mineralen lossen dan ook gemakkelijker op) en zal uw kat vaker moeten plassen. De urine blijft dan minder lang in de blaas.
- Zorg altijd voor een schone, makkelijk bereikbare kattenbak. Bij meerdere katten eventueel ook meer kattenbakken neerzetten.
- Wees zorgvuldig! Als uw kat speciaal blaasgruisdieet krijgt, dan moet uw kat ook echt alleen dit voer krijgen. Ander voer of tussendoortjes zijn uit den boze! Hierdoor wordt het effect dat het voer heeft namelijk geremd, waardoor uw kat weer veel gevoeliger wordt voor blaasgruis. Mocht uw kat jagen, en af en toe een muisje eten, dan kan dit niet zoveel kwaad, dit verhoogt namelijk niet de zuurtegraad van de urine.
Urinecontroles
Uw dierenarts adviseert u regelmatig de urine van uw kat te laten controleren:
- In ieder geval aan het einde van de medicijnkuur.
- Bij blaasgruisproblemen is het verstandig de urine elke 2-3 maanden te laten controleren.
- Voor plaskaters geldt: in het begin om de 2 weken controle, als het goed gaat deze periode steeds iets verlengen (4 weken – 8 weken – 3 maanden).
